Ik ben Solange Hermans, 47 jaar jong, en heb mijn hele leven lang in het Limburgse land gewoond.
Wij woonden in Venlo, waren met acht kinderen en reden allemaal paard of pony.
Mijn vader had een markthandel in huishoudelijke artikelen maar hij hield zich ook bezig met de paardenhandel.
De ruiterclub (zoals Limburgers dat noemen) werd door mijn moeder geregeld. Ook was ze actief als jurylid.

Rond mijn derde levensjaar reed ik voor het eerst op een pony. Op mijn twaalfde kwam daar een einde aan
toen mijn zus Debby verongelukte, die werkte bij springruiter Peter Peeters in Baarlo.
Hij heeft haar paard doorgereden naar niveau Z, waarna het paard naar mij is gekomen en had ik ineens een paard
dat bij ons is gebleven tot hij de hoge leeftijd van 26 had bereikt.

In ons gezin zat er 16 jaar verschil tussen de oudste en de jongste. Dan leer je al heel snel opkomen voor jezelf.
Ik was 15 toen ik les ben gaan geven in de manege. Aan de ouderen lesgeven was leuk maar het meeste plezier
had ik aan het lesgeven aan de hele kleintjes. Onlangs tikte Ralph van Venrooij me op de schouder; of ik hem niet meer kende?
Hij had bij mij ooit pony leren rijden. Inmiddels is hij de voorzitter van de vakgroep paardenhouderij.
Het is leuk om te zien dat oud-leerlingen zo ver komen.
Raiza Hendrix, om maar iemand te noemen, rijdt nu internationaal en lest bij Anne Meulendijks.

Naast het lesgeven heb ik lang in de bloemenbranche gewerkt. Ook als uitvaartbloemist, wat een persoonlijke benadering en aandacht vraagt.
Mijn twee dochters Celeste en Roxanne reden toen ook al actief pony en zijn tevens begonnen in het ponyspel.
In 2005 overleed mijn zus Maureen, en ik zelf een aantal jaren laten in het ziekenhuis belandde, had ik veel tijd om na te denken.
In 2011 heb ik mijn baan in de bloemen opgezegd en ben bij José Huberts een cursus gaan volgen om Bixie te leren kennen en dacht: hier ga ik me op focussen.
De toekomst van de sport, dat zijn de kleinste kinderen.

 

 

 

Aan de basis van de paardensport is het idealisme dat me drijft. Alle kinderen moeten in principe kunnen rijden.
Het is heel belangrijk dat mensen uitleg krijgen over wat het eigenlijk inhoudt.
Men heeft niet de duurste spullen nodig en een pony mag vijf keer staarten met verschillende kinderen.
Gezinnen met een 'gewoon' budget moeten ook op concours kunnen.

Na de cursus heb ik in Limburg her en der een wedstrijdje georganiseerd (naast een baantje op een tankstation).
Het werd steeds meer Bixie: ik vond het belangrijk om te ontdekken hoe ver ik zou kunnen komen.
Ik heb mensen als Inge Coenen, Trudy Houwen en Joep Raijmakers gevraagd om clinics te geven en ze deden meteen mee,
gewoon om die allerkleinsten alles uit te leggen en om te laten zien dat je veel kunt bereiken als je dat wilt.

De ondernemer Jan Janssen steunde me vanaf het begin om door te gaan, want af en toe word je wel eens meewarig aangekeken.
Het gaat tenslotte om de toekomst van onze sport.

De laatste jaren heb ik steeds meer werk gemaakt van de Bixie evenementen, met onder andere het 'Dreamteam' om demonstraties
te kunnen geven. Dit is een vast team van kinderen en hun pony’s, die laten zien wat Bixie rijden is.

Er zijn mini-hindernisjes maar ook mini-eventing hindernisjes. Op dit moment wordt ook gedacht aan voltige met pony's.

Bixie trekt kinderen en hun ouders aan. Tijdens Outdoor Gelderland bij voorbeeld waren er 240 starts!

Het mooie is dat een Bixie startkaart bij de KNHS niets kost. Je hoeft ook geen lid te zijn van een club, maar alleen lid te worden van de KNHS
en ben je ook meteen verzekerd tijdens concours, wat ontzettend belangrijk is.
Kinderen mogen nu vanaf hun vierde verjaardag al
meedoen en kunnen dus met hun broertjes en zusjes mee op concours.
Allemaal klantjes die vanaf hun zesde mogen dressuren en springen!